Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DèrNatuur, XIIL Onderh. 385

vereenigen. Het hulpmiddel, dat men Dé Maa-dan gebruikt, is in het kleen, het zy op TEN' den grond, het zy op het papier, eenen driehoek te trekken, wiens eene zyde 200 veele kleéfte deelen bevat, als de zyde van de groote bekende linie voeten of meetroeden heeft; dan zult gy, met uwen transporteur of overdraager, op de bekende zyde van den kleenen driehoek , de twee andere liniën met de hellinge van het zelfde getal trekken, als de hoeken Van het punt van hunne famenloop hebben; want de beide liniën moeten het u noodzakelyk geeven, door de maat hunner byzondere hellinge. Gy hebt in den kleenen driehoek dan de drie vereischte punten, om hem geheel te kennen : en zoo veele kleene deeltjes van uwe Scala oï meetfchaal gy op elke zyde zult vinden, met of zonder overfchot, zoo veele meetroeden zult gy, met of zonder overfchot, hebben op de zyden van den grooten driehoek, dien gy begeerde te weeten.

147. Ik zegge dat de gemeene maat, De onmett* die op eene bekende zyde genomen zal b**reweezen, om op de andere zyden overgebragt te worden, zich daar, in het

IX. Deel Bb groot

Sluiten