Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dér Natuur,Z"//7. Onderh. 417

afftand der praatfe,waar men is ten op- Het Gezichte van den Evenaar der Aarde; en j^^^e^*" by gevolg weet men den hoek DAB, die door dien boog gemeeten Wordt; Daarenboven meet de Waarneemer in B dén hoek O B C, dien de gezichtftraal B C maakt met den gezichteinder O H, in het oogenblik dat de Maart zich irt den Evenaar bevindt: dah weet de Waarneemer in B den hoek ÖB C, en den hoek B A D of B A C, die dezelfde is. Ten andere, door de eigenfchap, die de zWaare lighaamen hebben om naar het middenpunt der Aarde te neigen met richtingen, die loodrecht op de oppervlakte der Aarde of loodrecht op den gezichteinder O H zyn^ is dé hoek A B O recht, omdat BA, die eene van deeze richtingen vertoont, loodrecht is op OH: weshalve, indien men by den hoek A B O de hoek OBC dóet, zal de geheele hoek A B C, die uit twee bekende hoeken beftaat, ook bekend zyn: dan weet men, in den driehoek A B C, de twee hoeken A en B; en de halve middenlyn A B der Aarde is b&~. kend. Weshalve, indien men op het papier eene linie A B trekt, die deeze halve IX, Deel, Dd

Sluiten