Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur, XIILOnderh. 419

zynde, is haar afitand van de Aarde ge Het Gemakkelyk te vinden: wantin den drie M^ra"* hoek ABC, weet men den hoek des verfchilzichts A C B, en den hoek ABC; omdat de hoek C A Z, bekend zynde door de waarneeming, de hoek ABC ligt te weeten is. Men weet ook de halve middenlyn van den' Aardkloot; dus kan men den afftand B C weeten, als men 'er de halve middenlyn der Aarde zoo dikwerf op brengt, als hy die begrypen kan. De hoek des verfchilzichts ACB verfcheelt op veelerhande manieren, naar den tyd en de plaats, waarin men waarneemt: indien de fterre zoo groot een' afitand heeft, dat de halve middenlyn der Aarde met het gezicht niet te bemerken is, wordt de hoek ACB nul; en dan zegt men dat de fterre geen verfchilzicbt heeft. Van alle hemellichten zyn 'er weinige, die een merkelyk verfchilzicht hebben dan alleen de Maan. Het is dikwerf meer dan een graad, als men het neemt in eenen tyd, als de Maan aan den gezichteinder is; maar de verfchilzichten der andere dwaalfterren zyn naauwelyks van eenige feconden: Jupiter en SarurD d 2 nus

Sluiten