Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 26 )

wynkan in de linkerhand , zy ftaat voor een vat waarop een kopere blaker met een brandende kaars geplaast is , een vrolyke gast fchynt haar te verrasfen , en zoekt met zyn regterhand over haar fchouder de halsdoek op te ligten , het geen zy met de regterhand tragt te beletten: op de grond ftaat een lantaarn, en verder bywerk , deeze beide perfoonen worden zeer natuurlyk verlicht, door de

brandende kaars. Alles is meesterlyk en bevallig gepenfeeld.

DOOR DENZELVEN. N. 51. dito hoogte en breedte. Doek.

In een Binnenwoning , vertoont zig in 't mid?

den een tafel , aan dezelve zitten een bedaagd man en een Jongeling, beide yverig op het Molebort fpeelende, terwyl een ander man en een vrouw met een kindje op den arm , ftaande daar nevens, het fpel met aandagt befchouwen : verders geftoffeert met verfeheide huisraad, alles werd geestig verligt door een brandende kaars, die een bevallige en natuurlyke welftand geeft, zynde in aiïes als de voorgaande fraay behandeld.

Sluiten