Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s6 DEROOVER

woorden te ontbreeken. Na veele poogingen, legt hy eindeiyk zyne hand op denfchouiierdes vreemdelings en roept uit „ ongeluküige, zyt gydan een roover? Neen, geeft hem de ander ten antwoord, die ben ik niet, maar zulk een, die het deel, dat hem God en de natuur in deze waereld befcheiden heeft, gaat opzoeken, en het zelve van den min gewapenden haalt, omdat hy onbekwaam is, dat aan den fterkeren te ontweldigen. Laat het ondertusfehen met deze zaaken-gelegen zyn, Matthys, zu het wil, ga met ons. Uwe vrouw, uwe arme kinderen, die om brood, dat gy hen niet geeven kunt, fchreien, dezen noopen u

By deze aanmerking beefde Matthys. Traa. nen borsten uit zyne oogen. Hy wierp zich, in bange vertwyffeiing, op den bank neder. Eeide zyne kinderen kwamen toen by hem. Zy fchreiden om brood. Morgen, gaf hy hen ten antwoord, morgen zult gy het hebben.

Echter bleeven zy fchreien, en wederhaalden hunne klagten , vader wy hebben zulken honger ! Matthys fprong fchielyk op. Ik zal, riep hy tot de vreemdelingen , ik zal met u gaan. Zyne vrouw ondertusfehen viel hem om

den

Sluiten