Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

li de VERLEIDING,

daar geen- oor naar de klagten der ongelukkigen luifterde, gaf zich Lotje, onder het donker loof, aan de bitterde kwellingen , die haare ziel naderden , over. Hier overdacht zy, wie ze nu was , wie ze geweest was, en wie ze zou hebben kunnen zyn. Alle de gelukkige oogenblikken haares voorigen leevens -* al de blydfchap , die zy voorheenen genoot, alle de geneugtens , die zy zich hadt mogen

voorfpellen deze allen kwamen haar voor

den geest. Dan fchecu zy eens als geheel aan zich zelve onttrokken , dan fchoot haare ziele weder als uit eenen diepen ilaap en dan gevoelde zy , op nieuw , de gehecle uitgeftrektheid haarer ellende. Nu ftaarde zy met afgunftige oogen op den vrolyken vogel , die , van de liefde haares gade verzekerd, zingende, inde ftruiken het nest bouwt, waartoe die getrouwe gade , in zyne kleine fnebbe , het mosch en boomfchors aanbrengt en het lied zyner liefde , onbekommerd , uitgalmt. Dan zag ze weder, hoe de vreesachtige rhee haare jongen de verfterkende melk aanbiedt, terwyl,op een geringen afftand, het hart, met verheven hoornen, praalt en een oog van vergenoegen werpt op de zoogende moeder en haare jongen.

Peze

Sluiten