Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ACTE VAN UITSTEL. 93

De lantaernen gaven een flauw licht in de eenzaame ftraaten , terwyl de wind langs de daken en muuren der hoekhuizen vervaarlyk loeide.

Myn weg moest ik over het kerkhof, by de groote hoofdkerk , neemen. Een gebouw, dat daar, finds euwen , gedaan heeft en wiens hooge muuren den voorbyganger een foort van eerbied inboezemt.

Ysfelyk was het woeden van den wind, die op hemelhooge toorenen aanviel. Deszelfs rukken klonken op de windvlaggen der huizen, en deeden de losgerukte fteenen met verfchrikkelyk geraas , langs de hooge daken, op den grond vallen.

Welk een nacht , riep ik, zo ontzagchelyk beide en heerlyk!

Op eenen grafftecn zal ik my nederzetten , en de werken der natuur befchouwen. Ik ken den ftaat van myn hart niet. Eene grootheid van ziele , boven allen angst en fchroom verheven , doordringt my. Het losrukken van comeeten , om onzen aardbol te overmeefteren , zwavelregen, van den hemel nederftorten-

de geopende afgronden niets van

dit —— niets zou inftaat zyn de tegenswoordi-

Sluiten