Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

96 DE ACTE VAN

ik van den grafheuvel op , en begaf my, kil. koud geworden zynde , naar myne wooning. Straks begaf ik my te bedde en viel in de armen van den flaap neder.

Droomende verbeeldde ik my in hemelfche gewesten te zyn, terwyl het vrolyk genot myner zielverrukkende zaligheden , door geen fchrikbeeld van menfchelyke boosheid geftoord werdt.

Eenige uuren in dien aangenaamen flaap doorgebragt hebbende , ontwaakte ik. De donkerheid van den nanacht begon te verdwynen en de ftarren, de eene voor en de andere na, te verbleeken. Driftig verliet ik myne wooning , en begaf my buiten de ftad , om het fchoonfte tooneel der fchepping , den prachtigen opgang der zon, te aanfchouwen.

Nu was ik in het open veld. De heldere morgenflar zag ik boven myn hoofd blinken, terwyl nog eenige andere fterren ftaatelyk tintelden langs het westen. Alzo verdunden de duistere fchemeringen van den nanacht, en ik kon reeds de wooningen myner medeburgeren befchouwen. Ik hoorde , dacht my, een (lil gefluister van doffe (temmen en verbeeldde my, dat dezelven al nader en nader kwamen. Ik

zag

Sluiten