Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SOPHIE. 169

waar liet, om goed en vermogen machtig te worden , te doen is , valt gy den aangeklaagden toe — daar het op bloed en leeven aankomt, zyt gy tegen denzelvcn ! Moet het vermoeden , dat een befchuldigd mensch rechtvaerdig en onichuldig zyn kan , wel ophouden op het gezag eener beëedigde aanklagte , welke tegen hem gedaan is ? Waarom toch erkent men den befchuldigcr, die een eed zweert, geloofwaerdiger, dan hem, die men in boeien en banden gekneld heeft ? Kan één getuigen dan geen booswicht zyn , of brengt de aanklagt mede, dat hy, die aanklaagt, een braaf mensch, en hy, die aangeklaagd wordt , een booswicht zyn moet?

ó Rechter! gy eischt, dat mendenuiterften wil eenes menfchen , met zeven getuigen voorzie ; en om een medemensch te veroor-

deelen , zyn u twee getuigen genoeg!

Is dan de tydelyke bezitting uwer medemenfchen waerdiger in uwe oogen, dan derzelver leeven.

Men zou Sophie tot de pynbanke gebragt hebben, indien haar broeder , die van het lot zyner zuster tyding ontfangen hadt , al'e mogelyke middelen , ter verdeediging haarer onL 5 fchuld,

Sluiten