Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

194 ERAST.

het gerecht verdedige — alzo verdedig ik alleen de zaak der billykhcid , en ik zou denken, uwe graafivlyke genade te misbruiken , en de eere van mynen vorst, die het goed en leeven zyner onderdaanen aan ons toevoorzicht betrouwd heeft , te lebenden , wanneer ik eene taal eenes menfchen, die door het betrouwen van den vorsten uwe exeellentie vereerd wordt, onwaerdig, wilde voeren.

'T is evenwel op deze wyze niet , dat zich Erast heeft doen hooren. Hy bevestigt, door laage vleiereien , den graaf, die , nicttegen flaande zyn tastbaar ongelyk, nog meent recht te hebben , in zynen waan. De goedkeuring van Erast moest noodzaakelyk deze uitwerking op den graaf hebben.

Zoudt gy, vraagde vervolgends de graaf aan Erast, zoudt gy wel zo goed willen zyn , uit mynen naam, eene voorftelling, terdezerzaake , by het gerechthof te doen , en op uitftel aantedringen ?

Uwe excellentie heeft alleen te gebieden, gaf Erast, die niet onderneemen durfde , dit verzoek van den graaf afteflaan , ten antwoord, en alzo werdt deze fchroomvallige mensch rechter tevens en party.

De

Sluiten