Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORRE JD E.

ê

Gy, die gewoon zyt myne fchriften te leezen, zoudt, al zeide ik het niet , uit ftyle en denkwyze , kunnen vermoeden , dat, tusfchen het vervaerdigen en uitgeeven dezer zedefpelen, een geruime tyd zy verloopen. Het is in de daad 20. Hier van zal ik reden geeven en den inhoud van dit werk, aan fommige plaatfen, verantwoorden. Dit doende zal ik veelligt aanleiding, om u, door myne aanmerkingen, eene doorltaande "betrachting van deugd en vroomheid noodzaakelyker en alle vleiende verbeeldingen der ondeugd verdachter te maaken, ontmoeten. I hv belangen het belang myner oogmerken vordert, dat ik zulke aanleiding niet verwaarlooze.

Nadat ik dit werk ter drukperfe en men verfcheiden bladen hadt afgedrukt, wierp ik hetzelve ter zyde. Grilligheid evenwel minder dan gemoedelyke bekommering, of deze fchryfwyze de zedelyke waereld wel eenige nuttigheid zou aanbrengen , nam myn toenmaaligen fchryfyver voor dingen van dezen aart ten eenenmaal weg. Zo proefondervindelyk is het te betoogen, dat eene onzekerheid, ten aanzien van het goed gevolg onzer bedoelingen, de grootfte belemmering in ons doen en laaten veroorzaakt. Het beginfel, waaruit wy te werk gaan, ontfangt, door die bekom-

me-

Sluiten