Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxvi VOORREDE.

Dit toch kan ik ongeveinsd betuigen, dat, niet- t tegenftaande een weinig zelfbelang oorzaak is, dat dit werk het licht ziet, het zelve volftrekt niet zou zyn verfcheenen, indien ik, by nadere overweeging, in het geringst vermoeden, dat door het zelve het kleinfte nadeel aan Godsdienst of deugd zou kunnen toegebragt worden, ware bevestigd. Ik fchryf, om aan beide, voor zo veel myn talent zulks toelaat, bevorderlyk te zyn, en uit dat beginfel bid ik u, indien gy hier toe eenigen tyd en lust hebt, voor de volgende opmerkingen, uit dit werk by een gefameld, u te verledigen.

Om niet te fpreeken van dien wyden afftand, die tusfchen de deugd en een hart, geheel tot het zinnelyke bepaald, is te vinden; de ondervinding leert ons, dat wy niet, dan door een langen weg, tot de zalige hebbelykheid van wezenlyke deugdoeffening geraaken; maar ons begin moet onfeilbaare tekenen van onze volhandigheid bezitten. Wy moeten niet betuigen, dat wy ons deugdzaam willen gedraagen, maar wy moeten het doen! Die zich altyd wil verbeteren en nooit tot de daad komt, wordt, van dag tot dag, fchuldiger! Hy is een Haaf der begeerte en fterft gerheenelyk in den kerker der ondeugd. Wy moeten beginnen, om te kunnen voortgaan. De weg is lang, en wy moeten lang willen wandelen, om met vermaak te rusten. De rust van een deugdgezinden beftaat in de hcbl belykheid, om door deugden werkzaam te zyn.

De

Sluiten