Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxxii VOORREDE.

kingen en daaden ons volflrekt, ter onzer volmaaking in het goede, noodig is, zo behooren wy dien afkeer door waare fchilderyen van ondeugd en boosheid te verfterken. Hier toe zullen onze byblyvende gebreken ons voorwerpen genoeg ter hand Hellen, en waar wy, by de onderzoeking derzelven , de wonden van een oprecht naberouw ontfangen en voelen, daar zullen wy in den eerften traan van boetvaerdigheid een fmertftillend middel, dat, zo wy maar voorzichtig genoeg zyn, om het zelve tot geen grondflag van geloovige gerustheid te neemen, ons zal verkwikken en verfterken, ontdekken.

Wy zullen, om een gelukkig leeven door de bewerking der deugd te bereiken, geftadig verliefder op de deugd moeten worden en wy zullen alzo worden, wanneer wy geftadig denken, dat, geen geluk buiten vergenoeging, en ook geene vergenoeging buiten deugd beftaan kan. Blydfchap ftaat aan de zyde der deugd en droefheid zet haare voeten in de ftappen der ondeugd.

Onze kerk heeft, voor zo veel ik weete, ter vermyding der zonden en ter daadelyke beoeffening der Godzaligheid geene beproefder wapenen en middelen, dan bidden en waaken. Wanneer wy dezen zo lang bezigen, tot dat wy dezelven met yver en genoegen kunnen bezigen, 't geen indedaad ten laatften het deel wordt van een volftandig minnaar der deugd, dan zyn wy de grootfte zwaarigheden, die ons in het beoeffenen

Sluiten