Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

5

maar wanneer ik hem zal ce verftaan geeven —— wanneer ik hem zal zeggen, door welken driften...

(Schielyk en angflvallig omziende.')

Ik ben een molliter! Vlucht uit myne oogen

Robbert Verfoei my , of zo gy nog eenig

medelyden met my durft hebben, ga dan fchielyk heen en zoek eene plaats op, daar ik aan my zelvcn kan ontvoerd worden — daar ik beftaan kan, zon' der gedachten —— zonder hart.

Robbert.

Gy fchynt onrustig myn Heer.

Dorval.

Onrustig! Boven myn hoofd hoore ik donderdagen van vervloekingen en onder myne voeten fchynt het aardryk te fchudden— Waarom Horten deze gewelven niet op myn hoofd neder, op dat myne driften, met man en aanflag, te gelyk omkomen!... Gy zucht!.. Te vergeefsch laat zich dit teken uwer trouw en toegenegenheid hooren. —• Ik ben het medelyden der moodften onwaerdig, en gy zondt nog ten mynen behoeve zuchten, gy, die een eerlyk hart

hebt! —— Ga ga heen!... De naakende itraf

mogt u tevens met my ——> zy mogt dus den fchuldigen met den onfchuldigen te gelyk verpletteren! —. Hoort gy in deze wooning het geloei niet der getergde natuur!... ö Robbert ! de frem myner

geltorven moeder barst door de grafzark. Zy

vervult myne ooren met verwytingen —* met vervloekingen — met gekerm !... Blyf niet ftaan —"* haast u —— ga fchielyk weg!...

h 3 Ro

Sluiten