Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL.

7

Dorval! — Rampzalige Dorval! waar zal de Aroom der aanvechtingen met u heenbruisfchen ?... Kan hy u verder brengen, dan gy reeds gebragt zyt ? — gebragt in de nabuurfchap der wanhoop — onder het bereik des doods — op de grenzen der menfchelykheid!... Ik zal woeden... Robbert, vlucht! —laat my alleen! Myn hart, nadat het zich in gruwelen heeft willen verlustigen, vindt ook fmaak in derzelver befolding... Eén — één doodelyk oogenblik zal mogelyk alles kunnen beflisfen — mogelyk ook niet... mogelyk... maar ik bid u, fchoon ik het u te beveelen heb, dat gy my alleen laat!... Ga Richard aanzeggen, dat ik my nader bedacht hebbe — dat ik zyn bezoek niet kan afwachten. Laat my alleen. Begeef u by menfchen , in wier harten de eer plaats vindt.... In het myne is geene fchaduw van eer.... Ik ben geen mensch... Ga uit myne oogen... Zo ik leevendige voorwerpen zien zal, moeten het gedrochten zyn, gelyk ik ben.... Ik beef voor een eerlyk opflag der oogen.... Gy moet my verhaten.... Ik wacht hier ander gezelfchap — een gezelfchap van beulen — een kuit van moordenaaren en verraaders .... Zie , (gy moogt nog uwe oogen naar den onbefmetten hemel opheffen) zie, van daar zal de wraak der gefchonden natuur, met euwige krachten gewapend, tot my afdaalen.... Vlucht!... Een verfchriklyk onweder... Robbert. Bedwing u... ik zie Richard...

A 4 DER-

Sluiten