Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T R È U R SPÉL.

49

jongvrouwe van meer verdienften, dan ik bezit, te trouwen.

Eduard.

Dit kan nimmer zyn lot worden, zo lang hy ge* looft, dat gy alle vrouwen, in verdienften, overtreft. Heeft hy dit niet menigmaalen beleeden ?

Lucia.

Eene te dikwyls herhaalde onderftelling, hoe on* gegrond ook, Wordt, niet zelden,ten laatften,eene vaftftelling. Men gelooft gaerne wat men hoopt,en de hoop gaat gemeenelyk de grenfen haarer bepaaling te buiten.

Eduard.

Gy fchynt ü bevlytigd te hebben, óm de kunft, waar door men een minnaar geVoegelyk van de hand wyft, of tot het uitdenken van fterker aanzoeken tergt, te leeren.

Lucia.

Veel meer, waarde vader, om myn hart en oordeel aan de begrippen van een vader te onderwerpen.

Eduard.

Hier door gaat gy alle dochters in verdienften te boven.

Lucia.

Op die wyze Uittemunten, zal de ftandvaftige eerzucht van myn hart zyn; en zou ik dan niet mogen wenfchen, tot myn dood toe, eene dochter van 20 veele verdienften te blyven, zonder een minnaar gelegenheid te geeven,om,met den tyd, te ontdekP ken,

Sluiten