Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

134

DORVAL

Eduard, (baar opbeurende,) Ik kan uwe vervoeringen niet langer gedoogen... (driftiger.)

Men moet fpreeken. Ik wil weeten . wat 'er gebeurd is.

ZEVENDE TOONEEL.

Eduard, Lucia, Dorise, Dorval (onderfleund door Richard en Robbert) Fanny.

Lucia, (Dorval ziende en naar hem toeloopende.) Myn vriend, myn Dorval! . .

Eduard, (in groote ontroerin".) Wat moet ik vermoeden ? . . Welk gelaat!. . . Wat deert u myn zoon ? . .

Dorise.

Ik fidder! . . Dorval, (zacht fpreekende) Ik wil fterven onder het oog myner vrienden Zet my neder. . . Myne kniën knikken tegenselkYnderen. . . Ik heb 'er nauwlyks gevoel in.

(zittende, tegens Richard.) ^ Op den oever des grafs brengt gy my eene tyding, die den eenen bron myner wroegingen gedamd heeft. . . Hadde ik dezelve vroeger ontfangen, ik zou nog leeven. ■ Ik zou geen zelfmoordenaar geweest zyn.

Eduard.

Rechtvaerdige God!

Dor-

Sluiten