Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL.

H7

zwangerheid gewaar. Zy weende. Ik finolt byna in traanen. Haare armen om my heenflaande,(hikte zy op myne angftvallige borft. Zekeriyk (in deze of diergelyke woorden fprak ze my aan) „ heeft Fredrik eene der fchoonfte vrouwen be,, mind. ö Dat ik u, op eene wcttelyke wyze, „ de zyne en de myne mogt noemen! Maar dit is „ 'er niet op. Hoe zal ik u helpen ? Myn vader bepaalt myn vermogen te fterk. Ik kan nauwe,, lyks iets, dat fchyn van hulp heeft, uitvoeren. Myn wil zelfs heeft hy geboeid, 't Weinige, dat ik te uwer onderfteuning nog zou kunnen gee„ ven, vermag ik, om myne belofte te houden, niet geeven. Laat ik u, zonder u misdaadig te maaken, tot een diefftal beweegen. Daar ligt „ op die tafel myn goudbeurs. Weggeeven mag 5, ik haar niet; maar ik wil niet beletten dat ze worde weggenomen. Ik zal zelfs de hand ze» „ genen , die haar neemt, en in die van Fredrik „ bezorgt: maar dat dit toch niemand gewaar wor,, de"! Zy geleide my zelve naar de tafel. Ik was vermeetel genoeg, het aangeweezene te neemen. Ik knielde. De beminnelykfte der vrouwen deedt my opttaan. Zy kufte my hartelyk, beval my Fredrik te blyven lief hebben — te hoopen en haar te verlaaten. Men geleidde my naar buiten, en ik moeft, uitgaande, belyden, dat ik nooit eenig menfch zo fchoon en zo deugdzaam tevens, en dat in een ouderdom van nauwlyks vyftien jaaren, als de zusK 2 ter

Sluiten