Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 151

als een man van eer, na te komen, met my en myne kinderen niet moeft belaaden blyven. Ik kan my niet vergeeven, dat ik naar zyne taal geluifterd, — dat ik altyd zwak genoeg geweeft ben, om zyne liefde te wenfchen . . . ö Dorcas! ik heb hem, al te ongelukkig, te veel doen verliezen, en niets wedergegeeven , dat tegens het verlies kan opweegen.

Dorcas.

Gy gaaft hem kinderen, die . ..

Juliana, (driftig.')

Zwyg, bid ik u, van eene gift, waarover de echtelyke zegen nimmer gegaan is, en veelligt nimmer gaan zal.. . Vergeet gy , dat zyn vader ons huwelyk belet, — dat wy in de maatfchappy als luiden te boek ftaan, die in ontucht ? . . .

Dorcas.

Zacht myne waarde, ga op dien toon te fpreeken niet voort. Weeg veel eer de reden uwer ontevredenheid in de fchaal der waarheid. Heeft Fredrik niet meer dan eens beleeden, dat hy verreweg meer genoegen in zyn tegenswoordig leeven ontdekte, dan hy zich verbeeldde, ooit in den verhevenften rang te kunnen vinden? — dat hy niets bejammerde , wanneer hy zyne omftandigheden nadacht , dan veritoken te zyn van de liefde eenes vaders , die hem , in zyne jeugd, zo teder beminde, en het gemis eener zufter, waar voor hy de zuiverfte — de oprechfte broederlyke liefde gevoelde? — dat hy, voor het overige, geen beter, geen gelukK 4 kiger

Sluiten