Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

158 DE MINTFERIGE.

hebbende, zal ik t'huis komen en dan gaan, daar men my heeft ontbooden. Nu Carel, gy hèbtmy begreepen.

Carel.

Ja vader.

DERDE TOONEEL.

Juliana, Dorcas, die weder gaat [pinnen, Carel.

Juliana.

Weet gy niet Carel, wie uw vader ontbooden heeft?

Carel.

Neen moeder. Juliana, (hem fierk aanziende.) Ik kan aan uwe oogen zien, dat gy veinft Gy waart immers by uw vader op het land ? Dorcas. Zeker myne waarde , indien zyn vader mogt hebben goedgevonden , hem , in dit geval , het fpreeken, te verbieden, maak hem dan toch niet ongehoorzaam.

Carel.

Indedaad Dorcas, vader heeft my niets verhoeden .. . Een oud man kwam op het land by ons. Hy gaf vader een papier, die, het zelve las en, in den zak fleekende, my belaftte , met hem naar huis te gaan. Kan ik nu meer zeggen dan ik weet ?

J

Sluiten