Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170 DE M I N T V E R I G E

(Haare dochter ziende, en een gemaakte geruft heid aanneemende.) Zyt gy zo fpoedig weder te huis kind?.. Maria.

Ja lieve moeder. Juliana, (zich van haar afkeerende en uitherflende in traanen.) Zeer goed .. . zeer ... Maria, (opfiaande en naar Juliana, die zy om den hals valt, kopende.)

Moeder!

Juliana.

Mietje!

M a r i a.

Moeder!

Juliana, (haar van zich afvoeerende.) Wat wilt gy hebben? Laat my toch los kind. Maria, (met eene gebroken flem en verdubbelde omhelzing.) Moeder! Juliana.

Zeker, gy verveelt gy benauwt my... Laat

my ... toch los. .. .

(meer geweld doende.) In Gods naam kind, laat my los! . . Uwe omhelzingen maaken my doodelyk benauwd. . . .

Maria, (haar los laatende en fchreiende.) Moeder! ó moeder ! Waarom ? .. . Wat is 'er

ge.

Sluiten