Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

172 DE MINYFERIGE

Juliana.

Reden tot fchreien!. .. ö Myn kind, neem toch nooit een man. Der mannen harten zyn diep, trots, geveinsd, meineedig. Gelyk dwaasheiden onvoorzichtigheid dikwyls de liefde der vrouwen vergezellen, zyn het ontrouw en verwaandheid, door welken die der mannen geleid en beftuurd wordt... Mannen! .. Zelfszoekende wezens. In hunne eerfte vlaagen van liefde, zullen ze ons te voet vallen — om ons heen fchuiffelen als (langen, en, wanneer wy ons aan hun hebben overgegeeven, zyn ze onze omhelzingen welhaaft moede — pleegen ontrouw voor onze oogen, en op den afkeer, dien zy ons toedraagen, bouwen zy de liftigfre aandagen, om hunne wifpeltuurige liefde aan andere voorwerpen te fchenken. Myn hart is zo vol. . .

(Maria omhelzende )

Och myn kind! Misfchien betaamde het my (lil

te zwygen geduldig te zyn . . . maar het is

my onmogelyk. Het hooge woord moet 'er uit... Uw vader. . . Hy bemint my niet meer ... en was dit het alles . .. maar ik heb iet akeligers — iet verfchrikkclykers ontdekt. .. Hy verraadt my. . . Hy bemint elders. . . Hy is uitgegaan , om eene misdaad , onherftelbaar voor het grootfte berouw , te pleegen. . .. Gy fchynt verwonderd . ..

Maria, (driftig.)

Ik kan zulks niet gelooven moeder.

J o-

Sluiten