Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 173

Juliana.

Echter is het zo. Myne oogen hebben de uitnoodiging der onlukkige, die hy bemint, geleezen... Maria.

Vader, een getrouwd man, zou zich . . . Juliana.

Een getrouwd man ! Laat ik u uit den droom helpen mietje. Gy hebt nooit — tot op dit oogenblik toe, hebt gy niet anders geweeten, of uw vader en ik zyn wettig verbondenen vereenigden

door de wet des lands en der kerk . . . maar, wy zyn het met de daad niet. De band, die ons vereenigde, was liefde, en hy, die ons nu den fchyn van vereenigden geeft, is belang aan de zyde uwes vaders Veelligt zou ik openlyk door hem worden verlaaten, zo ik geene kinderen ter waereld ge-

bragt zo ik geene kinderen had. Zyn vader

heefc nooit willen gedoogcn, dat wy ons voorgenomen huwelyk voltrokken. Om de gebelgdheid en wraak des ouden mans te ontwyken _ om de flem onzer eerfte liefde te gehoorzaamen, zyn wy de plaats onzer geboorte ontweeken en hebben, federt veele jaaren, in dezen landltreek geleefd. Daar is geene wet, die myne zaak zou ophouden, ingeval uw vader goedvondt, my te verlaaten.

M aria.

Ik moet u gelooven. Gy fpreekt met zo veel ernft... Maar wie, die vaders omgang en den uwen van naby befchouwt, zal kunnen vermoeden, dat 'er tuffchen u en hem geen huwelyk plaats vindt.

Va-

Sluiten