Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TÖONEELSPEL, 193

wil ik den hoon, niet ongewrooken verkroppen , en zal my, hoe veel betrouwen ik ook anders op uw oordeel heb, my, in dit geval, van geen ander raadsman, dan myn hart, bedienen.

Dorcas.

Die hartstocht en die vermeetelheid Haaf] niet oneigen aan eene vrouw van uw hart en uwe jaaren. Men durft al vry wat onderneemen, als men uw ouderdom bereikt heeft; en, met uw hart, ondergaat men nimmer het geringfte onrecht, zonder woedend te worden: maar die woede en alles, wat door dezelve te werk gefield of verricht wordt, wel verre van de eisfchen van het hart te bevredigen, openbaaren deszelfs boosheid,en verdubbelen de kwellingen, door het onbezuisd aanvallen op de fmartverwekkende voorwerpen.. . Indien uwe driften u zo veel tyd tot fpreeken als tot peinfen vergunnen —■ indien uw^hart geene verfoeielykheden "broeit, ■— indien gy de raadgeevingen van uw hart openbaaren durft, wat voor raad toch ontfangt gy van uw vermeetel, en, gelyk ik durf zeggen, dwaas hart ?.. Juliana.

Bemoei u, bid ik, voor ditmaal, met myne omftandigheden , noch met myn hart. Al wat ik u zeggen kan is, dat ik voorneem, my te wreeken. In myne wraak wil ik alleen zyn. Ik begeer geene medeitandfter, vooral geene medeftandfter van uwe denkwyze.. .

Dorcas, (niet verwondering.)

Van myne denkwyze? n J ü-

Sluiten