Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

200 DE MINTVEK1GE

bruik van die toegeevendheid kan maaken, zonder, met diepe fchaamte en naberouw, op zyn wangedrag te letten , en , onder het belyden van fchuldt tot u wedertekeeren met een hart vol liefde.

Juliana. Och Dorcas! Myne jaaren vermeerderen. Ik ben byna den tydkring, waarin men bekoort, ten einde.

Indien ik nu myn recht niet doe gelden indien

ik nu allen hoon met toegeevendheid verkrop, hoe gemakkelyk zal ik Fredrik dan den weg der trouwe loosheid maaken —. hoe ligtvaerdig'hem van my afltooten, zonder de magt te behouden, om hem weder tot my te trekken?

Dorcas. Wat noemt gybekooren ! Noemt gy het verwekken eener hartstocht, die uit zinnelyke verbeeldingen ontltaat, en niet langer duurt dan die verbeeldingen werken, bekooren ? Dat zo zynde, zou uwe jeugd oneindig veel boven uwe rypere jaaren vooruit hebben. De fchoonheid van den herfït haalt

niet by die van de lente. . . Maar geloof my .

geloof de ondervinding geloof de gezonde reden, bekooren is het werk niet van gelaattrekken van oogen of bevallige houding. De ziel werkc door die middelen, dit beken ik, maar zyfchryft denzelven geene andere kracht toe, dan het ligchaam aan den tooi, daar her mede voorzien is. De fchoonheid der ziel, die in tederheid , deugdgezindheid toegeevendheid, medelyden, overeenkomft en gejykfoortige hoedanigheden beliaat, en, verre van te

ver-

Sluiten