Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2CÖ DE M I N Y V E R I G E

wat ze van my zeggen ? Wat ze over my be-

fluiten? — waar ze met eikanderen heen willen? Tot welk eene buitenfporige hoogte van gruwelyke zelfvoldoening zal zich de liefde van mynen echtbreeker verheffen! Hoe zal hy de fchaamtelooze ftree-

]en • naar het hart en den mond fpreeken! Hy

zal baar zweeren, wat hy my zwoer haar zeg.

gen , wat hy my zeide, en 't geen hy echter niemant dan my mag zweeren en zeggen. De tyd, waarin ik bemind werd, is geëindigd, en wel zeer zeker voor eeuwig. Weg zyn myne bekooringen ; en nu die weg zyn, wie zal het oog en hart des trouweloozen tot my te rug brengen ?. . .

Maar ... zal ik dit dulden ? dit verkroppen ?

dit zonder my te wreeken gedoogcn V

neen . . Is 'er voor eene misdaad als die van Fredrik verfchooning ? Verdient de fchaamtelooze hoer wel , dat men haar 't verfoeielyk bedryf kwyc fchelde ? Is zy aanzienelyker geboren dan ik , zo veel te ftrafwaerdiger is haare misdaad, Is 'er een merkbaar onderfcheid tusfehen de afkomft van Fredrik en de myne, zyne en myne liefde namen dat onderfcheid weg. Liefde, gelyk rykdom, fielt de minft voor eikanderen geboren perfontn in gelyken rang.. . Dan, wat hier ook van zyn moge, daar valt geene verfchooning voor die fnooden. Zy fchenden eer, trouw en alle zedelyke grondftellingen, door het pleegen eener misdaad, die onherroepelyk is. Ik behoor my te wreeken en ik zal my wreeken. .. Wie, dan ik zelve, zou zich myne zaak aantrekken? .. Ik wil my op de ontuchtige

Sluiten