Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 223

Carel.

Om dien wyn ? Maria. De laatfte, dien moeder heeft en bewaard hadt, om in toevallen te gebruiken, zal nu gedronken worden door ....

Carel. Door eene ligtekooi, wilt gy zeggen.

Maria. Iets van dien aart ten minften . . . maar vindt gy dit billyk, indien deze de vrouw is, waar over zich moeder beklaagt?

Carel. Wel neen ik,.. Water is dan al goed genoeg voor dat vrouwmenfch. . . Nu ik moeder gezien heb, begin ik zo veel medelyden met haar te krygen, als ik ooit met my zeiven zou kunnen hebben. Hebt gy wel gezien, hoe haare oogen befchreid waren — hoe ze beefde, en met hoe veele ontroering zy het bezoek te gemoet ziet?

Maria. Zeker verdient zy ons medelyden en ...

Carel. Ik vergeet, nu ik haar zo droevig en ontfleld gezien heb, byna de fchande, die zy ons aandoet, door zich op eene onwettige wyze met vader... Maria. Wy moeten daar, dezen dag, niet meer van fpreeken ... Ik heb iet anders in het hoofd. Wil ik dien wyn ergens in overftorten —— voor moeder bewaaren?..

C A-

Sluiten