Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 229

heid of vroomheid van ziel gaat zelden, en ik durf zeggen nimmer gepaard met flordigheid in her uitwendige ; zelfs zult gy, in zulk een geval, eene natuurlyke en ongedwongen netheid by de grootfte armoede zien uitblinken, als of die de plaatfen, die behoefte ledig moet laaten , wil vervullen . . Ik ben heden, ten gevallen van het bezoek, dat wy verwachten,watopzettelykergekleed, dan gewoonlyk ; maar dit is 't ook al. .. Vindt gy echter iets in myne kleeding, dat my den fchyn van hoogmoed kan geeven, ik wil het afleggen en u toonen...

Carel.. Neen dat niet. . . Gy zyt zo het behoort... Alles behaagt my. . . Gy zyt, op myn woord, beminnelyk 1 .. Gy bekoort my . . .

Dorcas.

Gy bemint my dan?

Carel.

Wel... ja .. .

Dorcas.

In goeden ernft?

Carel.

In goeden ernft!.. Gy vraagt zo ftipt... wel... Dorcas.

Ik vraag het juill daarom zo ernftig , om dat ik niet gaerne, ten halven zou willen bemind worden , en , om dat ik ook wel gaerne van u zou willen bemind zyn.

Carel, (verlegen.)

Maar Dorcas! .. P 3 Dor-

Sluiten