Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

243

K L E O N.

Cardan.

Zo is het; maar dan haddet gy zyn zoon wel mogen te huis laaten.

Elizabeth. Wie zou juift denken, dat hy zyn oog zou laaten vallen op onze dochter!

Cardan. Dat denken ! . . . Die brandftoffe by het vuur brengt ... wel?

Elizabeth. Ik heb hem althans met dat doelwit niet ten onzen huize genoodigd.

Cardan. Maar beeft hy zyne genegenheid met ronde woorden verklaard, en weet dit zyn vader?

Elizabeth. Alexandrine heeft my zulks beleeden en met een bericht , datKleon, dezen ochtend opzettelyk zyn vader, in deszelfs morgen wandeling, gevolgd is, om hem nopens zyne liefde te onderhouden; my verzoekende, dat ik myn best doen wilde, om u in de belangen van beider liefde over te haaien.

Cardan. Dan twyffel ik niet, of de malle meid is alreedszo verliefd als Kleon kan wenfehen.

Elizabeth.

Dat is zy.

C a r d o n. En gy hebt dan ook niets tegen dat huwelyk ?. .

Eli-

Sluiten