Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35o KLEON.

ElZABETH.

De verdoemenis op den hals haaien!. .Wat wil toch

die zeggen ?

Cardan.

Is Kleon niet van eene andere gezindte dan die van onze kerk, vrouw? En zou ik, myne dochter aan een man geevende, die haar, omdat zy op hem verliefd is, iigtelyk tot zyne kerk zou kunnen overhaalen, my niet aan den vloek onzer geeftelyken blootftellen ?

Elizabeth.

Ik ken onder onze geeftelyken geen een eenigen, die u daarom zou willen vervloeken. . . maar is het "tegengeftelde van 't geen gy vreest, met betrekking tot Alexandrine, niet even zo mogelyk met opzicht tot Kleon ?

Cardan.

Dat zy zo 't wille , ik begeer geen man tot fchoonzoon, dan dien ik, met den tyd, my in de regeering des lands kan zien opvolgen; en Kleon is, volgens de initellingen zyner kerk, voor altyd, van regeeren verdoken.

Elizabeth.

Is hy geen wel gemaakt en wel op gevoed jongeling?

Cardan.

Wel ja. Elizabeth. Heeft hy geen edel verftand en zeden, waarop fliets valt te zeggen?

C ar-

Sluiten