Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a£2 KLEON.

ken gy,nevens anderen,regeert, beklaagen, indien gy even zo weinig in het ftaatkundige, als in het

kerkelyke even zo weinig in flands wetboek,

als in 't geen wy den bybel noemen, waart bedreeven.

Cardan. (ernftig.)

Maar zyt gy, op het ftuk van Godsdienft, wel beter dan ik, gevat?

Elizabeth.

Gy moet niet kwaad worden ... Onze opvoeding is juist van die natuur geweeft, dat wy beter onderweezen zyn in de regelen van omgang met de aanzienelyke en geringere waereld, dan in die van onzen Godsdienft : maar het gebrek in die opvoeding, ten mynen aanzien, heeft nimmer de gevoelens van eerbied en achting, die ik menfchen van Godsdienft en deugd toedraage, kunnen wegneemen.

C a d a n.

Ook niet ten mynen aanzien. Heb ik uit dat begin zei dan ook aan onze Alexandrine geene gouvernante gegeeven, die zeer ervaaren is in de gronden van onzen Godsdienft — die, zo goed als een prediker , over de Schriftuur weet te oordeelen, en zq zuiver van gedrag is als iemant zyn kan ?

Elizabeth.

Zo is het; en wy zouden niet ongelukkiger zyn, indien wy ons op het hart en de gevoelens van die vrouw konden beroemen .... Maar zo Kleon nu eens te overreeden ware, om tot onze kerk over te

gaan. .

Car,«

Sluiten