Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 237

Elizabeth.

Maar die is immers Alexandrine's geval niet... Gy hebt niets tegen den man, dien zy begunfiigt, dan dat hy van eene andere kerk is dan wy, en daardoor niet zal mogen regeeren. Daar dit na iets is, dat alleen betrekking heeft op u en uwe wyze van denken over het menfchelyk geluk, kunt gy dan, de hand op het geweeten leggende, eis-, fchen , dat Alexandrine een braaf, verftandig en beminnelyk jongman haare hand weigere, om dat hy geen raadsheer is, en haar vader haar gaerne met een raadsheer getrouwd zag; en dat ze hem haare hand weigere, onder den fchyn, dat ze hem niet kan beminnen , terwyl hy reeds meefter van haar hart is ? Kunt gy dit eisfehen en echter u zei ven overtuigen, dat gy, in dezen, billyk te werk gaat?

Cardan. Ik zou dit volftrekt niet vorderen, maar ik weet geen ander middel, om Kleon van de hand te wyzen, en echter vriendfchap te houden met zyn vader.

Elizabeth.

Zulk eene vriendfchap is, in myn oog, affchuwelyk, en de deugdzaame Crates, durve ik wel. zeggen, draagt u een hart toe, waarin eene geheel andere vriendfchap plaats heeft. Zo gy volftrekt niet wilt, dat Kleon Alexandrine trouwe, zeg dan aan Crates, zo hy u over dat huwelyk fpreekt, waar 't op ftaat, en wat gy dien aangaande gevoelt; dit is, naar myne gedachten, het werk en de plicht R van

Sluiten