Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T O O N E E L S P E L.

26*5

zyn zoon wordt, zonder dat hy van kerk verandere, ik kan echter volftrekt niet befluiten, myne toeftemming tot dit huwelyk te geeven, zo lang Kleon zyne kerk getrouw blyft.

Alexandrine.

En dat zal hy gewis, en dat behoort hy, zo lang zyn hart overtuigd is, dat hy , in het aankleeven dier gezinde, niet gedwaald hebbe, ende, volgens geweeten en openbaaring, de kerkelyke huishouding , tot welke hy behoort, voor de zuiverde en befte, behoore te houden.

Cardan.

Gy ziet dan wel. ..

Alexandrine.

Ik zie wel, myn vader, dat 'er van Kleon en my niets zal kunnen worden ...

Cardan.

Uwe moeder verbeeldde zich, dat Kleon veelligt, ten gevallen van u , tot onze kerk zou willen overgaan.

Alexandrine. Ik zou my zeer , ten aanzien van Kleon, bedriegen , indien hy immer tot eene daad, zo affchuwlyk en zo drafwaardig, naar myne begrippen, befloot. Om hem, en om de geheele waereld, zou ik my niet laaten verleiden, om, zo lang myn hart en geweeten de kerk, waar in ik behoore, voor waar en goed houden, dezelve te verzaaken en my in eene andere te verbinden. Hoog-zeer hoog acht ik Kleon ; maar ik zou hem, uyt grond van myn hart, verR 5 ach-

Sluiten