Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

368 KLEON.

C a r a n.

Zeg dan, dat gy volftrekt niet befluiten kuilt, uwe ouders, die u teder liefhebben, te verlaaten. Alexandrine.

Ik ben befchaamd vader, dat ik u telkens moet tegenfpreeken, en evenwel dit laatfle kan ik ook, ten zynen opzichte, niet zeggen, zonder te veinzen.

Cardan. (op zyn uurwerk ziende en opjlaande.) Wel.. . Het is tyd, dat ik eens naar myne arbeiders op het land ga, om te zien, of men het beitelde werk uitvoere; denk gy ondertusfen eens op het een of ander, om Kleon, op eene beleefde wyze, af te zeggen : want, gelyk ik u gezeid hebbe 'Alexandrine, ik kan volftrekt niet befluiten, myne toeftemming tot dit huwelyk te geeven, zo lang Kleon zyne kerk getrouw blyft.

VIERDE TOONEEL.

Alexandrine, (alleen.')

Ik dacht wel, dat het zo wanhoopend met de zaak zou gefield zyn —Och Kleon! .. . Wy beminnen eikanderen. . . maar men verbiedt het ons . . . Droevige waereld, waar in men dus oordeelt ! Die Crates kent, die Kleon kent, zal die twyffelen, of zy neemen beide de belangen van het

kristendom ter harte of zy zyn in de daad

kris>

Sluiten