Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

276* KLEON.

Sofia.

Zult gy hem tevens niet zeggen , dat gy hem be* mint ?

Alexandrine.

Zulks heb ik aan u aan vader en aan moeder

beleeden. Kleon mag, uit myne antwoorden gisten , dat ik niec ongundig over hem denk, maar ik heb hem nimmer myne liefde beleeden , en hoop my daarom,vooral nu ook, voor eene zodanige belydenis te wachten. Gelyk ik 'er myne eer in zou (lellen, hem de derkde bewyzen myner liefde te geeven, wanneer hy myn echtgenoot was, zo del en moet ik 'er, dunkt my, voor als nog, eene maagdelyke fchaamte in dellen, hem te zeggen wat ik u en myn ouders , zonder befchuldiging van myn hart, heb beleeden. Zo myne wyze van denken, in dit opzicht, niet goed is, van wien anders dan van u, heb ik dezelve geleerd !

Sofia. (Haar ombekende.')

Gy zyt myne eige myne beminnelyke Alexandrine . . . maar myne waarde, verbeeld u niet dat gy, hoe derk gy 't ook moogt voorneemen, Kleon zult kunnen afzeggen, en te gelyk uwe liefde bedekken.

Alexandrine. Gy weet, beter dan ik zelve, wat ik kan cn nier kan.

Sofia.

Maar, kunt gy wel raaden, welken zonderlingen en gewigtigen lad my uwe moeder heeft willen

op-

Sluiten