Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 285

Kleon. Dat berouwt my , omdat ik u niet, dan met een hoopeloos hart, zal mogen beminnen. Alexandrine. Gy zult my toch niet aanraaden, wederfpannig te zyn?

Kleon. (ontroerd.) Neen Alexandrine. Alexandrine. Indien uw vader u verbooden hadt my te be-? minnen.

Kleon.

Ik zou hem niet gehoorzaamen.

Alexandrine. Niet gehoorzaamenl Kleon. Neen, gewis niet. . . maar myn geval zou , als dan, geene de minfte ovcreenkomlt hebben met het uwe.

Alexandrine.

En waarom niet! Kleon. De zaak fpreekt van zelve. Indien myn vader kost goedvinden,my het beminnen eener jongvrouw van uwe fchoonheid en verdienften te verbieden, zo zou hy baarblykelyk bewyzen, dat hy noch myn belang noch het zyne wilde in acht neemen, en zich even zo zeer een tegenkanter van de gezonde reden als van het geluk en genoegen zynes zoons betoonen.

A l e x-

Sluiten