Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

322 KLEON.

Cardan.

Na, als dat alles is, wat gy van my te verzoeken hebt, ftel u dan geruft Alexandrine. Zeker meisje, gy zyt te onbedreeven en te onvoorzichtig geweeft . .. maar uwe gehoorzaamheid weegt rykelyk tegen uwe onbedachtzaamheid op.

Crates.

En gy kunt zulk eene dochter iets weigeren, myir heer , waarop haar hart en dat van myn zoon gezet is?

Cardan.

Gy hoort immers, dat zy van Kleon afziet. . . Indien zy hem zo fterk beminde, als gy u verbeeldt heer Crates, haare liefde zou haar de onderwerping aan den vader ongemakkelyker maaken.

Alexandrine.

De daad van onderwerping, myn vader, fs het werk myner reden. Myne hartstochten, hoop ik, zullen dezelve altyd gehoorzaamen. Ik verlochen my zelve. . .

Crates. En dit gedoogt gy myn heer ?

Cardan. Ja, dit gedoog ik. . . Laaten wy de zaak voor afgedaan houden... Ik ben over u te vreden Alexandrine. Daar zal voor u wel een ander man,,...

Alexandrine, (ernftig en beweegd.} Van geen ander man moet ik hooren fpreeken, myn vader. Nooit zal ik iemant, gelyk ik betuigd heb, tegen uwen zin trouwen; maar ook nooit ie-

mans

Sluiten