Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 337

Alexandrine.

Met tegendeel denk ik... maar, wat zouden wy toch kunnen te werk ftellen, dat 'er niet reeds te werk gefteld is ? Ik herhaale , dat ik myn vader kenne. .. Toen hy, over het fterk antwoord myner moeder gevoelig, my, als daarvan de oorzaak zynde, aanfprak en aanzag, viel het my niet moejelyk, uit zyne oogen ,den hartelyken afkeer, welken hy van onzen echt heeft, te leezen. Zyne ftem hadt zo iet verfchrikkelyk wanluidends, dat ik dezelve niet andermaal, in dien zelfden toon,zou kunnen hooren, zonder te bezwyken... Hoor Kleon , ik heb u myne liefde beleeden, en ik fchaame my dier belydenis niet .. Myne liefde zal voor u niet verminderen, hoe men haar ook beftryde •, maar, ten gevallen van myn vader, zal zy alle haare eisfchen opofferen , en beflooten moeten blyven binnen den omtrek van myn hart. Ik wil niet veinzen; en dus moet ik u zeggen, dat, ware ik zo wel in ftaat, om die liefde, welke ik u toedraage, en al hoe betaamelyk gy en ik die ook in haar zelve befchouwen, te vernietigen, ik zou haar zeer zeker nu vernietigen, want ik vind zo veel genoegen zo veel gerudheid — een foort van zaligheid zelve, in de daad van gehoorzaamheid, dat ik gaerne alles aan dezelve zou willen opofferen, als het zo zyn moed. Myne reden , die my myne gehoorzaamheid , als myn voornaamden plicht, doet befchouwen, verfterkt en beveiligt,ten aanzienderzel-

ve, de gevoelens van myn hart. Ik ken niets

Y tot

Sluiten