Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL, 341

Kleon.

Hoe zou ik u kunnen verlaaten myne waarde! Alexandrine.

Blyf my beminnen Kleon; maar laaten toch geene roekelooze daaden of onderneemingen uwe liefde bevlekken. Ik twyffel niet, of wy zullen elkanderen wel haalt moeten verlaaten. Moeten wy, laaten wy dan fcheiden als bedroefden, maarniet

als misdaadigen ■ als verliefden, maar niet

als zulken, die aanhang maaken met liften of bedrog. . . Schryf my nooit zoek my nimmer

te fpreeken, dan met toeftemming van beide myne ouders. . . ö Kleon, wy zullen wel moeten Icheiden, al hoe fmartverwekkend. ..

Kleon.

Spreek, bid ik u, om al wat u lief is, nog van geen fcheiden! . . Ik kan dat deerelyk woord niet aanhooren. . . Gy weet wat uwe moeder gezeid heeft. . . Zy wil my fpreeken. . . Gedoog toch,

dierbaare waarde Alexandrine, gedoog toch,

dat zy en ik — dat wy toch nog alles doen, wat wy kunnen, om uw vader op onze zyde te trekken ! . . Wie weet of uwe moeder geen mid« del . . .

Alexandrine. Alle middelen zullen wel te vergeeffch zyn . .. maar,om u te toonen, dat ik niets, hetgeen billyk is , ten voordeele onzer liefde, wil onbeproefd laaten, gaa heen myn vriend — fpreek myne moeY 3 der.

Sluiten