Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 365-

gefchonden — my het tot eene fchande gemaakt hebt, u met een oog van onderfcheiding te befehouvven, en zonder dat ik eene valfche verdeedi* ging, ten behoeven van uw bevlekt geweeten, wil aanhooren, zeg ik, dat ik uw voorfiel, uit grond myner ziel, verfoeie —— dat ik uw vader , indien by hetzelve goedkeure, 't geen ik nog niet geloove, even zo zeer zal verachten,als ik u veracht, en dat ik , al billykte de geheele waereld uwe liefde voor my, en myne voorige laage zwakheid voor u, nimmer de uwe zal worden. . .

Kleon. Gy ontroert en verbaaft my dermaate , dat ik twyffel, of wy niet een van beide van onze zinnen beroofd zyn, . . Is het mooglyk! . .

Sofia.

Hoor eens naar my myn heer, en laat Alexandrine aan de beweegingen haarer ziel over. Gy kunt niet ontkennen, dat uw voorftel en uwe voorige be» tuigingen hemelsbreedte van eikanderen verfchillen . . . maar ook dit aangaande , zal myne waarde Alexandrine u geene rekenfchap afvorderen. Gy hebt uwe wyze van denken — zy de haare. Al wat zy van u begeert is, dat gy toch niet wilt aan» dringen op een huwelyk tuffchen u en haar. Daar zyn meer fchoone jongvrouwen in de waereld. . . Ga elders mynheer. Deze zoekt u te myden, om dat het zou kunnen gebeuren, dat die liefde, welke zy u heeft toedraagen , haar, zo zy u geftadig .zag, onbeftaanbaar zou kunnen maaken met haar

zei-

Sluiten