Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 369

dan ook door moge verliezen, raakt my in het byzonder, en, gelyk ik zou durven zeggen, alleen; althans zal ik wel zorge draagen, dat het zelve geen den minfien fchadelyken invloed op het geluk van Alexandrine kan hebben Ik kan my volftrekt geene bevatting maaken, waarom eene jongvrouw, in alle opzichten anders zo plichtmaatig en zo belangeloos, een zo verbaazenden afkeer voor eene daad, die, als ik zeggen mag zo als ik meen, dat men over het ftuk 1 ehoore te denken,een duidelyk bewysvan myne liefde en belangeloosheid is, kan hebben. Alexandrine. En ik fta even zo verbaasd als gy myn heer, hoe iemant, die voorgeeft, een man van beginfelen te zyn, zich, ter liefde van eene vrouw, in zo verre kan verlochenen, dat hy, zyne voorafgaande betuigingen in den wind flaande, tot een voorftel, waar in, of gy 't weeten wilt of niet, vader en vrouw beide zyn betrokken en geene eer of deugd te zien is, kan befluiten.

Crates. Ik bidde u, geef my eenige opening van zaaken! . . De beer Cardan heeft my van geen voorftel ter waereld gefproken. Ik ontmoette hem by zyne echtgenoote in een blyden en zelfs vrolyken luim. Hy hadt het huwelyk toegeftaan, en hy ftondt het van ganfcher harte toe: dit was alies wat hy zeide. Gy kunt denken, dat myn verlangen, om u beide te fpreeken, zo fterk werdt als myn verdriet, eenige oogenblikken te vooren, over den ongunftigen ftaat uwer onderlinge genegenheid geweeft was. - .

Aa En

Sluiten