Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37°

KLEON.

En nu .. . Spreek toch kinderen... Wat hebt gy tegen eikanderen ? . . Waar in beftaat uw voorftel Kleon?

Alexandrine. Zo hy zich al niet fchaame myn heer, u hetzelve te openbaaren , ik echter fchaame my, het aan te hooren. Te veel fchrik ontfing myn gevoelig gemoed, op het hooren van het bericht, dat myn vader my dienaangaande gaf, dan dat ik hetzelve andermaal zou wenfchen te hooren.

Kleon, {zeer ernflig.) Wat uw vader ook moge gezeid hebben, hy kan u, naar waarheid, niets gezeid hebben, dat ik my, als een mensch van eere, zou behooren te fchaamen, gedaan te hebben. . . Zou men uit de houding en uitdrukkingen van Alexandrine niet denken, dat ik eenig fchelmftuk verricht hadde? . . Zy wil, over het geen ik gedaan heb, niet hooren fpreeken, en om wien echter , dan om haar, heb ik myn eigen belang veronachtzaamd ? .. Hadde ik kunnen denken , vader, dat men myn voorftel zou aanneemen

hadde ik my niet verbeeld, dat het den zweem

van pogchery hebben zou, dat voorftel aan een ieder te openbaaren, en hadde ik u, onmiddelyk na het gefprek met Alexandrines moeder, ontmoet, veelligt had ik u, zonder achterhouding, beleeden, wat ik, ter verkryging van eene jongvrouwe, my waarder dan het leeven , heb voorgefteld. . . Ik zal het u zeggen. . .

(Alexandrine willende heen gaan.)

Ik

Sluiten