Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37^ KLEON.

Elizabeth, (tegen Alexandrine,ter* wyl Cardan met drift een papier uit de zak trekt)

Uwe grilligheid, dwaas kind, brengt hier die onrust te wege.

Cardan. Nu gy dien toon zo hoog neemt, zal ik u in denzelven beantwoorden... Luiiler eens naar deze voorHelling.

(Hy keft)

„ Ik Kleon, beloove ten plechtigflen, dat ik, „ met jongvrouwe Alexandrine getrouwd zynde" „ myne kerk verlaaten, en tot die myner echtge„ roote zal overgaan; mids dat men my, in deze „ belofte, niet aan den eerffkomenden tyd bepaa„ le, maar zo lang wachte , tot dat myn vader „ genegen zal zyn, my tot die verandering vryheid „ te geeven , of, door den dood zal belet worden, „ my,in het nakomen myner belofte, te hinderen"!

Kleon.

Crates, (zyne handen ten hemel heffende.) Wat hoore ik!.. Kleon... Cardan. t Is uwe eige fchuld, op deze wyze overtuigd te worden. .. ö Kleon. Wat noemt gy overtuigen myn heer? . . Valfch betichten? . . My te befchuldigen van iets, dat ik nimmer gedaan, of gedacht heb te doen, noemt gy dat overtuigen ?

Car-

Sluiten