Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TEEKENINGEN* 99 No. G blyken der Kunftvermogens van deezen Meefter, dezelve; is konitig met Sapverwen geteekend , door J. Cats.

38 Een dito Landgezicht. op de voorgrond ter reg» terjzyde befchouwt men een Boeren Jongen met een Hond eenig Vee voord dryven, verder eenige Huislieden met ruftende en ftaande Beeften: ter linkerzyde is een Rivier, waar in een overvaarende Pont, in 't verfchiet een Poftwagen; dit fraaije voorwerp in alle deelenovereenkomende , zo in uitvoeringe behandeling als natuurlyke fcljikking met de voorgaande, verdient geen minder Lof, en is met dito als de voorige behandeld door denzelven.

39 In dit Capitaal Landzicht, vertoont men het in.

zameleu derGraanen ,op den voorgrond ziet meh een Vrouwtje, by ruftende Lieden, andere fchynen yverig te arbeiden met maaijen en 't Koorn op fchooven te zetten en op een Wagen te laden: op den voorgrond ter rechterzyde is een Boeren Wagen, waar op een Vrouw meteen Kind, gevolgt ven een drift Osfen en Schaapen met hun Hoeders, verder by een Boeren Wooning en Schuur, dorfchende Landlieden en een bevallig verfchiet; alles zonachtig, natuurlyk en uitvoerig met de Pen en Sapverwen geteekend, door H. Meyer.

to Deeze gepafte wederga verbeeld een befneeuwt Wintergézicht, langs eenbevroozenRivier, aan een Dorp geleegen met verfcheide Wooningen en een Kerk, geitoffeerd met een meenigte Lieden zig op het Ys vermaakende, op den voorgrond vertoont zig een Zoetelaars Tem, alw«ar verfcheide Perfoonen ververfching neemen, eenige werken ieverig met Hout te haaien, terwyl anderen met fchaatzeryden zig verluftigen; deeze bevallige Teekening is niet minder fraay dan de voorige behandeld. met dito, door denzelven.

M a, No.41

Sluiten