Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tod- TEEKENINGEN.

No. Trt

25 Een Bergachtig Landfchap , op den voorgrond

een ruftende Reiziger, ter zyde pasfeeren een' Herder en Herderin met eenig Vee, door het Water; alles ongemeen fraay en zonachtig met^ Roet en Ooftind. Inkt gewasfchen, door E. vm Drhlft.

26 Een dito Landfchap, geftoffeerd met een Man by

een laltdragende Ezel, hooger op 'c Gebergte dryft een Herder een Koppel Osfen, niet minder als de voorgaande, door denzelven.

r 2.7 Een ryk geftoffeerd en Bergachtig Landfchap, met een Brug over een Rivier; konftig en zeer uitvoerig met de Pen en Ooftind. Inkt gewasfchen , doorj. Cats.

^28 Een weerga van de voorgaande, in denzelve manier geteekend, door denzelven.

29 Twee Hartejachten in een Landfchap, fraay geteekend , met Ooftind Inkt , door J. van óer Vinne.

" 30 Twee Arkadifche Landfchappen, fiks met de Pen en Ooftind. iukt, dóór A. Genoeh-

31 Twee Dorpgezichten, geftoffeerd met eenige Poswagens en Beeldjes by een Pleifterplaats, geeftig met de Pen geteekend, door den Fluweelen Br engel.

^ 3a Twee fraaye Landfchapjes, geftoffeerd met Beelden en Beeften ; fiks met de Pen en Ooftind. Inkt, door G. de Hem.

33 Twee geftoffeerde Bergachtige Landfchapjes, mes

zwart Kryt en Ooftind. Inkt geteekend, door J. van der Meer de jongen.

34 Een Wintergézicht, zynde het Ys, rykelyk ge-

Sluiten