Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72 OTHELLO.

een aanzienlyk Man in Cyprus, en van een grootte Familie is , hy kon daarom , naar alle welvoeg, lykheid, niet ander? doen als ü afdanken echter verzekerd hy dat gy zyn Vriend zyt, en gebruikt geen anderen voorfpreeKer, als zyn eigene Vriend, fchap; om zich by de eerfte en beste gelegenheid daar van, te bedienen, om U weder te herftellen. Cassto.

tk bid U echter Emilia, wanneer gy bet voor goed houd, en hetzelve kund volvoeren ; ver fchaf my eens gelegenheid , om een paar wóorden met Desdemona alleen te kunnen fpreeken. Emilia.

Kom, gaat mede. ik zal ü aan eene plaatfe brengen , daaï gy tyd genoeg vinden zult om haar alles te zeggen, wat gy op het hart hebt.

Cassio.

Ik ben U zeer verplicht.

VIERDE TOONEEL.(*)

Het Tooneel verbeeld een Kamer op bet Slot.

Othello, Jaoo, Edellieuen.

Othello. • Geeft den Schipper deze brieven Jago, en laat hen de Regeering myne gevoelens vermelden, ik wil thans een wandeling langs de Vestingwerken doen. Kom, gaat mede.

Jago. Zeer wel, Myn Heer.

Othello. Willen wy gaan, Myn Heeren, en de Vesting bezien ? &

Edellieden Wy wagten op uw bevel, Myn Heer.

VYFDE

Sluiten