Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 OTHELLO.

Desdemona. Vrees daar niet voor: hier in Emiliaas tegenwoordigheid verzeker ik U , dat gy uwe plaatfe weder bekomen zult, geloof my, wanneer ik myn Vriendfchap aan iemant toezeg, zo volbreng ik het beloofde tot het uiterfte puntje. Myn Gemaal zal geen rust hebben, ik wil hem tam waaken («;, en hem zo lang daar van voorpraaten, dat hy het 'moede word: by de Maaltyd en in myn Slaapkamer, zal het myn beftendig onderwerp zyn. ik wil in alles wat hy voorneemt, Casfio's verzoek inmengen. Zyt dus gerust Casfio: uw voorfpreekfter zal eerder fterven als uwe zaak opgeeven.

( Othello en Jago, komen in 't verfcbiet op 't Tooneel.)

Emilia.

Mevrouw, daar komt Myn Heer.' uw Gemaal. Cassio.

Ik beveel my in uwe gedachten, Mevrouw.

Desdemona. Neen, blyf hier en hoor my fpreeken. Cassio.

Thans niet Mevrouw, ik ben gantsch niet wel, en geenszins gefchikt om myn oogmerk te berci. ken.

Desdemona. Goed. naar uw goedvinden.

ZESDE

(«) Dit is vermtedelyk eene Zinfpeeling op de Valkenjagt. de Valkeniers maaken bunne Valken tam door ben uit den jlaap te bouden- om zulks te beter te bezorgen, waaken zy afwisfelende, zo dat de Valk zyne oogen nooit durft toèdoen, tot zy bem tam gewaakt bebben,

F11C T,

Sluiten