Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

l&EÜRSPEL. 19

J a60.

Waarlyk!

Othello.

Waarlyk? Ta , waarlyk komt U daar,

iets bedenkelyks in voor? is by niet een rechtfchaa. pen Man?

Jago. Rechtfchaapen ? Myn Heer.

Othello. Rechtlchaapen?—— Ja, rechtlchaapen.' Jago.

Zo veel ik weet, Myn Heer!

Othblls.

Wat moet gy denken?

Jago,

Denken , Myn Heer?

Othello.

Denken Myn Heer! — „ waarachtig! hy is mvn wefirklank! even of 'er ergens in zyne gedachten iets onbehoorlyks huisveite, dat zich niet durft vertoonen! — gy bedoeld hier wat mede. ik hoor U daar ftf"k zeggen ; „ dat bevalt my niet" toen Casfio van myne Vrouw afging, wat beviel U niet? en wanneer ik ü zeg , dat hy in mvn gancfche vryery myn vertrouwde geweest is; roept gy „ waarlyk?" en trekt en vouwdt uw Voorhooft in rimpelen even of zich eene ichrik. kelyke gedachte door uwe herlens verfpreidt' heeft, indien gy my lief hebt , zo zeg my wat gy denkt.

Jago.

Myn Heer, gy weet, ik heb U lief.

Othello. Dat hoop ik. en doordien ik weet dat gy vol vriendfchap en redelykheid zyt, en uwe woorden wikt eer gy dezelve uitfpreekt. zo verfchrikken uwe afgebrookene redenen my zo veel te meer. Want het geen by eenen valfchen en trouwloozen boef een gewoone kunstgreep is, is by een recht* fchaapen

Sluiten