Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 83

Othello.

ö Onheil!',

Ja co.

Arm en te vreeden is ryk, en ryk genoeg: maar eene onnoemelyke rykdom , is zo arm als de Winter, voor hem die altoos vreest om eens arm te worden. — goede hemel ! bewaard toch alle myne Medenmenfchen voor Minnenyd.'

Othello.

Hoe!— wat zou dat?— gelooft gy dat ik lust heb , om myn leven In jaloezy door te brengen r met iedere Maansverandering eenen nieuwen arg. waan op te vatten ? neen. eenmaal te twyffelen heet eenmaal ontflooten te zyn. Scheld my voor een Geit uit, wanneer ik thans die fchuimende gedachten myner Ziele in zulk een leêren, en als 't waare , waterblaazige argwaan, verandere, zo als gy gaarne by my zien zoudt. Het maakt niet minnenydig , wanneer iemaht zegt, dat mya Wyf fchoon is , een goed oordeel heeft, gaarne in gezelfchap is, dat zy levendig en gefpraakzaam is, en goed zingen , fpeelen en danfen kan. waar deugd is , daar zyn deze dingen zelfs deugdelyk. even zo min zou ik thans wegens myn eigen ohvolkomenheid de geringfte argwaan of" verdachtheid in haar 'trouw ftellen. doch zy had oogen en verkoos my. — neen, Jago, ik wil zien eer ik twyffel: want zo ras ik twyffel verlang ik bewys , en zo dra ik dat heb blyft my niets meer overig ; dan, en liefde en minnenyd in eenen te doen verdwynen.

J a 0 0.

Dat verheugd my; want nu durf ik verder geen bedenkingen maaken, om U myne vriendfchap en onderdaanigheid te bewyzen , die ik voor U gevoel, neemt dus al wat ik U zeggen zal, voor een

bewys van mynen dlenstyyer. ik fpreek noch

niet van bewyzen. Slaat wel acht op uwe Geïr.a • lin, let vooral op haaren omgang met Casfio; houd . -Fa <eB

Sluiten