Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 1$

Othello. Dat deed zy waarlyk.

Jago.

Befluit dus zelfs, kon zy, nog jong zvnde, zich zo aanftellen, dat zy de oogen haares Vaders, zo digt en vast als eene eike, toefloot , en hy geloo. ven moest, dat het Tovery was —— maar ik doo zeer kwalyk; ik verzoek U op het nederigfte ver. fchooning, Myn Heer, dat ik U zo lief hebbe.

Othello. * Ik ben U daar eeuwig voor verplicht. Jago.

Ik zie echter, dat gyeen weinig ongerust fchynt te worden.

Othello. In 't minfte niet! in 't minfte niet!

Jago.

Waarlyk, ik vrees dat gy zulks zyt; ik hoop dat gy herdenken zult, dat het geen ik ge zegt heb, uit vriendfchap gezegt is.—— maar, ik zie,gy zyt ongerust — ik bidde ü, trek toch uit myne reden geen flimmer gevolgen; geeft haar geen verdere uih breiding dan bloote vermoeding.

O t h e l l Q.

Dat zal ik ook niet.

Jago.

Doet gy zulks, Myn Heer, zo zullen myne re» denen zulke flegte gevolgtrekkingen agter laaten, welke ik in het minfte niet in myn opzicht gehad heb : Casfio is my een waardig Vriend. — ik zia Myn Heer, gy zyt onrustig.

Othello.

.Neen, niet onrustig — ik denk niet andera, dan dat Desdemona deugdzaam is.

Jago.

naar alle uiaarfclynlykheid, door hunne deugd * dezeJvé niet binnen de paaien zullen kunnen houden.

johmso*.

FJ

Sluiten